Vier logboeken vol herinneringen

(Fotobijschrift: een foto uit 1949 uit het eerste logboek: welpen van de Dominicushorde uit Rotterdam aan de ochtendgymnastiek.)
In het verhaal op de achterliggende foto blikt Enny Doornenbal-Boogaard (1947) uit Maartensdijk terug op haar jeugd tussen de vakantiegangers op kampeerboerderij Boom en Bosch in Groenekan. Haar broer Dirk Boogaard runt hier tegenwoordig een zuivelboerderij annex boerderijwinkel.
Vanaf 1946 had mijn vader een gemengd bedrijf aan de Nieuweweteringseweg 194 in Groenekan. Wie op het idee is gekomen om met een vakantieboerderij te starten weet ik niet. Wel waarom mijn ouders ertoe besloten. Het betekende extra inkomsten, je had toch niks na de oorlog? Al in het eerste jaar dat ze er zaten, hebben ze al mensen gehad. Echte motormuizen uit Drenthe. Stoere kerels die een aantal keren terug zijn gekomen.

Het eerste van vijf logboeken dateert uit 1948 (zie de foto rechts, red.). Daarin zie je dat er vooral groepen op vakantie kwamen, meestal voor een week, en christelijke groepen van maandag tot en met zaterdag. Individueel op vakantie gaan was er toen nog niet bij. Mensen deden toen veel meer in verenigingsverband. De padvinderij bloeide, je had allerlei buurt- en jeugdverenigingen, wandelsportverenigingen en die kregen wij dus bij ons op de boerderij. Ze kwamen uit het hele land, tot België aan toe. Soms haalde mijn vader ze op met zijn Willy Jeep (zie de foto links, red.), die hij ook gebruikte voor het boerenwerk, Groepen kwamen ook wel in vrachtwagens, daar mocht je toen nog personen mee vervoeren, of gewoon op de fiets, met potten en pannen achterop, want die moesten ze zelf meenemen.
Luxe hoefden de mensen bij ons niet te verwachten. Zo'n groep huurde de stal achter ons huis. Op de zolder konden wel tachtig mensen terecht. In iedere stal had je grote tafels met butagasbranders waar mensen hun maaltijd op konden koken. Pannen werden met koud water geschrobd en om de borden af te wassen moet het water eerst gekookt worden. Douches waren er niet. Wassen gebeurde gewoon buiten bij de pomp, de waterleiding kregen we pas later, en de plee was een houten plank met een gat erin.
Wat de mensen zoal deden? Het bos in, vogels bekijken, naar de zandverstuiving in de buurt van onze boerderij of zwemmen in het natuurbad in Bilthoven. En ze hadden natuurlijk ook op tijd corvee. Als er een speurtocht was, moest er eerst een grote pan vol boterhammen worden gesmeerd.
De welpen die we vaak op de boerderij hadden vond ik maar papjochies. Veel liever had ik een stoerdere groep. Mijn voorliefde ging vooral uit naar kinderen uit achterstandssituaties. Die waren echt geïnteresseerd in het reilen en zeilen op de boerderij. Je zag ze opknappen tijdens zo'n vakantieweek. Bijtanken in de gezonde buitenlucht. Vooral aan het kindertehuis uit Delft bewaar ik goede herinneringen. We kregen tot zestig kinderen te logeren, nog leiding erbij, meestal voor een aantal weken omdat het tehuis opgeknapt moest worden. Dan kwamen ze met een vrachtwagen vol spullen naar ons toe. Alles namen ze mee, ook bedjes voor de baby's en peuters.

(Fotobijschrift: een pagina uit het tweede logboek, op 12 augustus 1961 geschreven door de leiding van het kindertehuis uit Delft.)
Vooral mijn moeder hield zich bezig met het vakantiegebeuren, al had ze er eigenlijk een hekel aan in tegenstelling tot mijn vader. Ze had veel aanloop van vakantiegangers. Vaak werd er aangebeld, bijvoorbeeld als ze een ansichtkaart van de boerderij wilden kopen. Later konden ze alleen op bepaalde tijdstippen bij ons terecht, een idee van mij. Zelf ging ik pas op vakantie toen ik al op de HBS zat. Een bruine koffer achterop, fluitend op de fiets naar Wageningen om daar bij mijn oom en tante te logeren. Een afstand van 55 kilometer, herinner ik me. Halverwege at ik altijd op de zelfde plek een pannenkoek. Het restaurant is er nog steeds. Onlangs ben ik er nog een keer geweest, samen met mijn man Otto.
Naschrift redactie:
De foto's en teksten zijn afkomstig uit de logboeken van de familie Doornenbal. Hieronder welpen van horde 'De vlotters' uit Zaandam. De foto is genomen in 1950 en de tekst staat op de pagina naast de foto in het logboek.)








